OPBR verheldert en verenigt

Detailhandel en regionale samenwerking

Welke afspraken kunnen de gemeenten Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas en Bodegraven-Reeuwijk maken om elkaars winkelcentra te ondersteunen, concurrentie te verdelen en leegstand tegen te gaan?
retail

Gemeente Bodegraven-Reeuwijk is trekker van het project om de Regionale Visie Detailhandel Midden-Holland uit 2013 te herzien. Wethouder Inge Nieuwenhuizen trapte daarom de bijeenkomst af. Ze benadrukte het belang van samenwerking voor de leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen in de regio. “We moeten denken vanuit de eigen kansen: wat zijn de sterke punten van onze regio en hoe kunnen we die inzetten? Hopelijk kunnen we dat uiteindelijk samenvatten in een convenant.”

 

De staat van de retail


Na de wethouder lichtten twee sprekers de landelijke en regionale ontwikkelingen op het gebied van detailhandel toe: Gert Jan Slob, directeur onderzoek bij retaildatabase Locatus, en Hans van Tellingen, directeur van marktonderzoeksbureau Strabo bv en schrijver van het boek ‘Waarom stenen winkels winnen’.

De landelijke ontwikkelingen zijn niet heel rooskleurig. Het aandeel van e-commerce is de afgelopen jaren flink toegenomen en de leegstand is gestegen tot gemiddeld 7,5 procent. Ook de webshops hebben het echter zwaar: 90 procent van hen lijdt verlies tegenover 30 procent van de fysieke retailwinkels. 

Van web naar winkel

Gert Jan Slob en Hans van Tellingen laten zien dat het consumentengedrag verandert en dat dat kansen biedt. Consumenten oriënteren zich bijvoorbeeld in de winkel en kopen vervolgens online – aan die showrooming heeft de fysieke ondernemer niets. Maar vaker gebeurt het andersom: consumenten oriënteren zich thuis en kopen in de winkel (webrooming). Bovendien kopen mensen in een fysieke winkel meer dan als ze online bestellen; ze hebben een ‘langere kassabon’. 

Onderzoek laat zien dat partijen die fysiek én online winkels hebben, het meest succesvol zijn. Het is zaak om consumenten naar je winkel te trekken. Internet levert geen goed verdienmodel, maar werkt wel als distributiemiddel om mensen naar je winkel te krijgen. Laat je mensen hun product bijvoorbeeld ophalen in de winkel, dan creëer je een kans om hen te verleiden meer producten te kopen.

Klein of groot

Het winkellandschap verandert ook. In de afgelopen jaren is het aantal winkelmeters redelijk stabiel gebleven of zelfs toegenomen, maar het aantal winkels is gekrompen. Met andere woorden: schaalvergroting. Daarnaast zien we dat hele kleine en hele grote winkelcentra het beste functioneren. Middelgrote centra vallen tussen wal en schip: ze zijn te groot voor de dagelijkse boodschappen, maar te klein voor een dagje uit.

De regio Midden-Holland doet het overigens goed in verhouding tot de landelijke trend. In Bodegraven-Reeuwijk is het aantal winkelmeters stabiel en ligt de leegstand onder het landelijk gemiddelde. Door de lokaal georiënteerde winkelcentra en een lichte bevolkingsgroei blijven voldoende consumenten naar de winkels komen.

No parking no business

Een opvallend gegeven is dat bezoekers van een winkelcentrum die met de auto komen gemiddeld twee à drie keer zoveel besteden als andere bezoekers. Wanneer hun betaalde parkeerplaats gratis wordt, stijgt het bezoek met 14 proces en levert dat 20 procent extra omzet in. Andersom zorgt de invoer van betaald parkeren voor 20 procent minder bezoekers en 30 procent minder omzet. Ondernemers Stolwijk ondervonden de positieve gevolgen aan den lijve toen zij samen investeerden om het parkeren voor bezoekers de eerste paar uur gratis te maken.

 

Brainstorm


Tijdens het tweede gedeelte van de bijeenkomst werden de aanwezigen stellingen voorgelegd om hun ideeën te peilen. Er ligt nu een voorlopige analyse bij de gemeente en die moet worden aangevuld met een visiegedeelte, mede aan de hand van de input van de aanwezige ondernemers en wethouders. Dagvoorzitter Joost van der Wal hield de discussie levendig op gang.

Over het algemeen konden de mensen in de zaal zich vinden in de gepresenteerde landelijk trends. Er werd een oproep gedaan om een leegstandsmanager aan te stellen voor de regio, die de kennis en kracht van diverse gemeenten kan bundelen, op voorwaarde dat er ook voldoende aandacht is voor de kleine gebieden. Men vond ook dat de gemeente actief mag optreden als een pand al jarenlang leegstaat. Een leeg, achterstallig pand hoeft niet van een eigenaar geaccepteerd te worden.

De ondernemers en ambtenaren waren over het algemeen van mening dat concentratie van detailhandel, horeca en dienstverlening in dorpscentra helpt tegen verdere leegstand. Er moet hier wel ruimte voor uitzonderingen blijven. Wethouder Inge Nieuwenhuizen voegde hieraan toe dat de verhuissubsidie van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk om ondernemers naar het centrum te krijgen zijn vruchten had afgeworpen. Voor sommige ondernemers leverde de verhuizing een verdubbeling of zelfs verdriedubbeling van de omzet op.

Samen voor ons eigen

Hoewel de aanwezigen zich allemaal uitspraken voor regionale samenwerking en het bundelen van kennis, bleek dit lastig vol te houden zodra lokale zelfstandige beslissingsvrijheid in het gedrang kwam. Met name over de plaatsing van xl-formules als Ikea of Hornbach op pdv’s (perifere detailhandelsvestigingen) werd heftig gediscussieerd. Moesten deze in de regio geclusterd worden, waarbij elke gemeente zijn eigen ‘specialisme’ zou hebben (bv. alle woonbedrijven in Gouda) of moest elke gemeente zijn eigen xl-formule kunnen hebben? En moesten die dan in het centrum staan of alleen in de randgebieden – en bij welke bedrijfsgrootte leg je de grens? “We moeten afspraken maken zonder onszelf op slot te zetten,” vond Inge Nieuwenhuizen. “Als het aantoonbaar belang van een ander in regio beschadigd wordt, dan moet je de plaatsing afstemmen.” Concreter werd het niet.

Cheese Valley

Het is de vraag of regionale samenwerking verder kan gaan dan afspraken over xl-formules, zodat gemeentes elkaar niet in de weg zitten. Een optie is om elke gemeente een of meerdere specialismes toe te kennen en die als gehele regio te promoten. Een voorbeeld hiervan zou de Cheese Valley zijn. Een van de aanwezigen: “Je kunt dit concept als regio gunnen aan Gouda of Bodegraven-Reeuwijk. Zo trek je als regio op om een gemeente te ondersteunen. Op een ander gebied kun je dan juist weer ondersteund worden.”

De aanwezigen reageerden voorzichtig positief op deze vorm van samenwerking, maar het was ook duidelijk dat er weerstand was tegen het Cheese Valley-concept.

 

Afsluiting


Wethouder Inge Nieuwenhuizen sloot de dag af en benadrukte nogmaals dat juist feit dat Midden-Holland tussen de grote steden ligt, het belangrijk maakt dat de regio met één mond naar buiten treedt.

De grote vraag die in de lucht bleef hangen was: ‘hoe nu verder?’ Welke concrete afspraken kunnen er op regionaal niveau gemaakt worden? De wethouder beloofde door te pakken. Een conceptversie van de visie wordt binnenkort op hoofdlijnen afgestemd met de betrokken ambtenaren van de diverse gemeenten, waarna die wordt voorgelegd aan alle regionale ondernemersverenigingen. Het streven is om de definitieve visie aan te bieden aan het triple helix overleg van 25 juni 2020.